Safari!

De safari-trip :

Een vierdaagse ontsnapping aan de vervuiling en hectiek van Cotonou. Niet alleen geweldig vanwege de natuur en de activiteiten, maar ook een erg welkom samenzijn in een groepje Europeanen! 

 

 

Op woensdagochtend 7 uur, 4 dagen nadat ik te horen kreeg dat er misschien wel een safari georganiseerd zou gaan worden, word ik door een man in een hesje een tourbus ingesleurd. Blij dat alles geregeld lijkt te zijn wacht ik op vertrek als begeleidster Prisca uit het donker (lastig te zien) opduikt en me uit deze blijkbaar verkeerde bus trekt. Ze geeft me een kaartje, dat had ik nog geen, en vertelt me wat er de komende dagen ongeveer gaat gebeuren. Samen wachten we op een andere vrijwilliger: de óók in Cotonou geplaatste Duitse Lena. Ze komt aan op een zemi-djahn en samen stappen we 25 minuten later de goede bus in.  

De busreis is een verhaal op zichzelf waard. Het vertrek doet eigenlijk een beetje aan als het rijden op een olifant, zij die er bekend mee zijn weten hoe het voelt; Rustig wiebelen we, torenend boven de immense massa van vroege straatverkopers, geleidelijk het hobbelige zandpad over. Even buiten de stad evolueert deze zich tot een deels-geasfalteerde, maar toch nog steeds best wel waardeloze, provinciale weg die als één (de oostelijke) van de twee slagaders door Benin gaat. De helft van het hele Beninese bestaan wordt gevoed vanuit dit veredeld landweggetje.

De bus brengt ons met elke kilometer een jaar terug en we zien de golfplaten en betonblokken die we passeren overgaan in riet en klei.  (en de mobiele telefoons.. nee wacht, iedereen heeft hier mobiele telefoons).  Het is een uitdrukking om te zeggen dat je ergens 100 jaar terug de tijd in gaat, maar bij vlagen heb ik het gevoel dat onze geairconditioneerde bus de enige uitzondering is op een primitieve wereld die evenwel 2000 jaar lang onveranderd gebleven kan zijn. Ons gezelschap is in de tussentijd bij enkele tussenstops uitgebreid met de Franse Christelle en de Belgische Audrey en Tiziana, waarvan de laatste al meteen indruk maakte toen ze moeiteloos de volle bus stil liet zetten voor een pipi-pause in de begroeide berm.

Een paar uur later stoppen we weer in een nog relatief modern dorpje (kleihut van de telefoonprovider). Ik vraag de chauffeur naar een toilet maar mijn onwetendheid wordt beantwoord door een collectief Beninees gelach. Ik stap de bus uit, gooi mijn afval in de berm – prullenbakken zijn er niet – en zoek een boom uit om maar niet midden op de straat te hoeven plassen met de rest van de bus. We kopen een drietal ananassen bij een vrouwtje met een getatoeëerd gezicht langs de weg en stappen weer in. Eenmaal onderweg stemt de chauffeur de radio weer af op tamtam-FM en een aantal inzittenden zingt luid mee. Inmiddels is er ook een christelijke goeddoener uit ons midden opgestaan om het woord van Jezus te verspreiden. “Gebeurt elke keer” zegt mijn blonde buurvrouw, die vandaag alleen al trouwens 2 huwelijksaanzoeken heeft moeten afwijzen.
Ons groepje westerlingen klikt en al gauw worden er gesprekken opgezet (waarin het Frans gemengd wordt met Duits, Spaans, Italiaans, Engels en zelfs een beetje Nederlands) om onze ervaringen uit te wisselen. Het zijn er veel, maar de rit is lang.

Laat in de middag eindigen we onze transfer op een parkeerplaats in een stoffig gehucht in het geïsoleerde noorden van het land. Na wat rondgegapen te hebben en de djahn-chauffeurs te hebben afgeweerd spreekt een local ons (5 ongenschijnlijk verdwaalde yovo’s op een plek waar we inderdaad vrij weinig te zoeken hebben) aan. Hij moet een groep vervoeren die gaat onder de naam ‘King’. We voldoen aan de beschrijving maar de naam doet geen belletje rinkelen. Even later herkennen we begeleidster Prisca’s stem in de man zijn telefoongesprek met zijn ‘contactpersoon’ en we voegen ons toe aan de andere 4 passagiers in de sedan die, aan de op het dak gebonden bagage te zien, zojuist naar dit afgelegen onoord verhuisd zijn.  Deze laatste anchovis-ervaring duurde gelukkig maar een paar honderd meter. “Voilà”, zegt de chauffeur, “l’hôtel”.

Het hotel staat praktisch in de middle-of-nowhere en valt nog net niet van ellende uit elkaar, maar ze serveren er een aardige maaltijd en coca-cola. We zijn de enige gasten.
Ik word aangesproken als “le prince” – ‘vanwege mijn blonde haar en ‘mijn’ 4 vrouwen’ grapt onze privégids. De amusementswaarde van de grap druipt er echter een beetje vanaf op het moment dat het personeel slechts mij (met mijn nog gebrekkige Frans) adresseert, mij als eerste een hand geeft, mij om de bestellingen vraagt en mij alle uitleg, sleutels en timings geeft in plaats van de 4 Franstalig-opgevoede dames.  
De hoteleigenaar legt mij ook uit dat de organisatie slechts 2 kamers gehuurd heeft, maar dat er – naar totaal geaccepteerd Beninees gebruik – een extra 2-persoons matras op een van de kamers geplaatst zal worden. Het lijkt er op dat het de bedoeling is dat ik een kamer voor mezelf heb, maar deze Europese dames laten zich niet wegstoppen in een hokje en uiteindelijk ben ik degene die op het matras op de grond ligt.  Ach… de nacht is kort en om 5:30 zitten we in de jeep gepropt richting het Pendjari nationaal park.   

Een rit die tweeënhalf uur duurt, zo blijkt, en in het donker zien we weinig van het landschap. Het maakt niet uit, het is een uistekende gelegenheid om aan mijn Frans te werken. Best wel nodig, want ik voel me nog vaak als een kind aan een tafel met volwassenen; ik zit erbij en volg wat ik kan, maar ik kom er moeilijk tussen, vlieg de bocht uit als het te snel gaat en heb mijn eigen Jip-en-Janneke-uitleg nodig als het te moeilijk wordt. Het is vermoeiend, maar het loont. Steeds vaker krijg ik alles mee en hier en daar lukt het me zelfs om een gewaagd grapje te maken.  

Om 9 uur stopt de jeep. We kunnen uitstappen. Onze enthousiaste gids, Marcel met de pretkop, gebaart naar verstevigd bagagerek op het dak: “Montez!” (“bestijg!”)  – gaaaaaaaaaaaaaaaf!
Een beetje nerveus, vanwege de dieren die we gaan zien of de manier waarop, crossen we door het rode stof van de nog ongerepte Pendjari.

Safari in West-Afrika is lang niet zo toeristisch als in het oosten van het continent, omdat het aantal dieren per vierkante kilometer hier een stuk kleiner is. De dieren zijn er, logischerwijs, ook een stuk wilder en schuwer.  We moeten maar wat beter opletten, instrueert Marcel. Met als enig referentiekader de Beekse Bergen kan ik niet zeggen dat het tegenvalt. Afwezigheid van 5-sterrenresorts, gemaakte panorama’s of tegenliggers is geen gemis en de schuwheid van de dieren maakt het fotograferen ervan een echte sport. Vanaf het dak van de jeep doorkruisen we het hoge gras, komen bij bebossing en riviertjes, drinkplaatsen en als de zon zijn hoogste punt bereikt rijden we het kamp in het midden van het park binnen. De score van de ochtend valt helemaal niet tegen: honderden antilopes, wrattenzwijnen, apen, vogels en krokodillen maar nog geen spoor van de big-5. Gids Marcel brengt ons naar onze lodge. Later, in de bar, is er brood en trekt hij een blik halflauw slachtafval open – ik stelde voor het achter de auto te binden voor de leeuwen maar Christelle vond het een prima lunch. Ik deel een blikje tonijn op olie met de anderen. Siësta volgt. Geen ontkomen aan, ook de dieren trekken zich terug in deze hitte.
Het kleine zwembad is een goed alternatief voor de zweterige lodge en op zo’n 30 meter afstand aanschouwt een grote mannetjesbaviaan jaloers hoe ik het zwembad deel met louter meisjes in bikini. De behaarde viezerik had graag mijn plek ingenomen en mij in zijn plaats opgezadeld met zijn scharrige bende vrouwtjesapen in de boom, maar hij weet net zo goed als ik dat dát niet gaat gebeuren.

Het is 16:00 ’s middags en we vervolgen onze tour. Al gauw staan we stil voor één van de zeldzame olifanten (wisten wij veel dat diezelfde middag ons pad gekruist zou worden met dat van een hele kudde!).  We rijden uren door, tot ons lijstje bijna compleet is, de felrode zonsondergang tegemoet met de haren in de wind en stof in de haren. Als je bezig bent met je Bucket-list, geachte lezer, ècht… dit is er eentje hoor!  
Als we terugkomen in het kamp is het donker. Slechts twee dieren ongezien: het jachtluipaard en de leeuw. Die zijn voor de volgende ochtend. Mijn drang om die avond in het kamp iets Westers te eten is groot, maar het kan helaas niet op tegen de verleiding van de couscous met eend en ook de flesjes Heineken leggen het af van het prima(!) locale bier: la Beninoise. 

Om 06:30 zitten we weer in de jeep; nog niet er óp want het is nog fris. Het zou hypocriet zijn om te klagen over hoe vroeg het is, dus ik doe het niet. We hebben immers een missie: de leeuw en de cheeta spotten. Een karakteristieke brul klinkt in de verte en we zetten opgewonden een achtervolging in die zijn hoogtepunt bereikt als we verse sporten tegenkomen in het zand (knap gezien Marcel!). Helaas, de spanning ebt weg als de sporen verdwijnen in het hoge gras zonder enig verder teken van de verlegen monarch.
Iets later doen drie eigenwijze jachtluipaardwelpjes een succesvolle poging onze teleurstelling te doen vergeten door ons de doorgang op het pad te versperren. De fotogenieke kleine katjes met de karakteristieke witte streep op de rug (een imitatie van de vicieuze honingdas) gaan helemaal nergens heen en al snel komt ook de moeder in beeld. Deze (hier) erg zeldzame, elegante verschijning heeft, net als haar kinderen, geen problemen met een uitgebreide fotoshoot en het is vanwege tijdsgebrek dat we de cheeta’s moeten verlaten.

We beklimmen de auto en rijden de rest van de ochtend het geweldige park door. Tegen de middag zien we aan de eerste bebouwing dat we het park uitgereden zijn. Bebouwing is een groot woord voor wat we zien. Het is net alsof we een filmset opgereden zijn. Hier en daar zien we kleine lemen hutjes, af en toe een waterpomp. De mannen plukken katoen, vrouwen met ceremoniële littekens die hun kleren in de rivier wassen zwaaien naar ons en groepjes naakte, magere kinderen komen rennend achter de jeep aan. Ik waan me weer even ‘le prince’ als we wuivend vanaf het dak van onze bordeauxrode koets de armzalige nederzettinkjes passeren.

We wijken van de route af voor een bezoek aan een partij watervallen. Niet bepaald de Victoria falls maar charmant nontheless en een aangename badgelegenheid waar we het rode zand van ons af kunnen wassen. Voordat we teruggaan naar het hotel van de eerste avond stappen we uit bij een dorpje waar nog een traditioneel ‘kasteel’ staat. Een gefortificeerde, roofdiervrije veestal met een ‘torenkamer’ om in te wonen. Ik moet zeggen dat ik best onder de indruk ben van dit bouwwerk .

’s Avonds in het hotel wachten we op een privé-dansvoorstelling. Een grote groep dansers stapt uit één auto (een hele show an sich) en treedt voor ons op. Wederom wordt alles aan mij geadresseerd; wat moet ik daar nou in vredesnaam mee..  Spectaculair is het in ieder geval wel. De vertoning komt tot een climax als een dansertje mij zijn ossenstaarten kwast geeft en iets onverstaanbaars mompelt. Het maakt niet uit, het is duidelijk: ik moet van mijn stoel af.
Wederom wordt er door de bewoners van dit bijzondere land een beroep gedaan op de bluf- en improvisatiekunsten. De drums worden opgevoerd en inmiddels staan er benauwd veel mensen in een kring te kijken terwijl ik nog altijd een beetje onbeholpen klunzig sta te zwaaien met het kwastje totdat ik iets beters weet. En dan begint het… het kleine dansertje wiens kwast ik vastheb komt tegenover me staan en begint te dansen op het wilde getrommel. “hey!” denk ik, “dit ken ik!”, het heeft wel iets weg van het gabberhakken op happy-hardcore zoals we dat wel eens deden op grote tentfeesten in het buitengebied.  Ik zwaai wild met mijn ossenstaart terwijl ik me probeer te herinneren hoe mensen hakken die het wél kunnen. Ikzelf ben eigenlijk helemaal niet ontevreden over mijn inspannende improvisatie en tot mijn grote verbazing: een enthousiast gejuich komt op vanuit de toekijkende cirkel! Meer dansers komen meedoen; nu moeten ook de 4 dames er aan geloven. Hahaha, we kunnen niets dan lachen, de euforie van het moment sleept ons mee in deze filmachtige scène. Supergaaf.
 Moe, overweldigd maar vrolijk trekken we ons na afloop terug naar de slaapkamers terwijl de meisjes nog de nodige huwelijksaanzoeken afwijzen.

De volgende ochtend reizen we vroeg af naar de chaotische grote stad in het zuiden, die in schril contrast staat met het authentieke noorden. De komende week weer verder ga ik met mijn lessen Frans, ga ik Lena opzoeken in haar weeshuis om daar alvast het een en ander te leren over de Beninese kleuters en zal er vast nog wel weer het een en ander gebeuren in dit gekke land! Keep in touch!

 

        

               

 

 

 

Reacties

Reacties

Marjolein

Ik ben benieuwd naar je foto's.

Karin

Geweldig om te lezen, wat een ervaring!
We zien 't al helemaal voor ons. "Le Prince"!!!!

Chantal van der Poel

Wat kun jij levendig schrijven, joh. Binnen no time zaten we in dezelfde jeep als jij, rijdend door bush bush, met enige spanning, op zoek naar the big five totdat.....tring..tring.....de telefoon gaat; weg euforie!
Maar wel gaaf om je zo te kunnen volgen.
Good luck en geniet!

Groetjes uit D'n Duypbush

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active